Zouden deze mannen gekomen zijn voor het kort geding van de...

Hendrina de Graaf@hendrinadegraaf
17 views
Jul 17, 2026
~20 min read
Advertisement
2
Allemaal mannen als partij. Vier journalisten, allemaal vrouw.
3
De zaak wordt uitgeroepen. De bode: 'Eerst de dames van de pers!'
Heerlijk om tussen een rij zwarte mannen door te lopen.
Heerlijk om tussen een rij zwarte mannen door te lopen.
4
Eén dominee kwam een hand schudden: ds Visscher, uit Amersfoort. 'Hoe gaat het met u, dominee?'
'Ik moet vaak denken aan het lied van McCheyne 'Ik reis getroost onder 't heiligend kruis, naar 't erfgoed hierboven naar 't Vaderlijk huis'
'Ik moet vaak denken aan het lied van McCheyne 'Ik reis getroost onder 't heiligend kruis, naar 't erfgoed hierboven naar 't Vaderlijk huis'
5
Niet iedereen kan in de zaal. De twee grootste zalen zijn al bezet. Er moeten dus mensen, die speciaal voor deze zitting gekomen zijn, buiten blijven. 34 mensen zitten als publiek.
6
Er is een vijfde journalist aangeschoven: iemand voor het tijdschrift Kerk & Religie. Ik wist niet dat dat tijdschrift bestond! Volgens mij ben ik de oudste journalist hier, terwijl ik 36 ben. Allemaal jonkies.
7
De bode wil even spreken met de griffier.
8
De rechter: Er is gedoe op de gang, mensen maken het de parketpolitie en bodes moeilijk. Ze zeiden eerst dat ze belangstellende waren, maar zeggen nu dat ze belanghebbende zijn en het woord willen voeren. 'Moeilijk voor personeel'.
9
Tegen de advocaten: we hebben vooraf gezegd dat er beperkte ruimte is en dat u dat door moest geven aan uw achterban. Wilt u even naar de gang gaan en uw achterban aanspreken om rustig te blijven?
10
Advocaten zijn even weggegaan. Komen terug: Buiten staat ondersteuningscommissie, vijf mensen gekozen en bevestigd in ambt, willen wel bijwonen, maar niet het woord voeren. Desnoods staand aanwezig zijn.
11
Rechter: Nee, dat mag niet van de EHBO en de brandweer.
12
Drie mensen zijn bereid om hun plaats af te staan voor de ondersteuningscommissie. De eerste die opstaat is advocaat Jan-Kees Karels, eerder muziekjournalist bij het RD.
13
Rechter legt de zaal het zwijgen op: geen commentaar, niet verbaal en ook niet non-verbaal. Geen mobieltjes, geen foto's, geen opnamen.
14
De rechter vat t conflict binnen de GerGem Tricht-Geldermalsen samen. Na jaren van onrust vroeg de kerkenraad advies aan de classis. Ds. Silfhout kreeg zes maanden de tijd om binnen de gemeente te bemiddelen, maar gaf zijn opdracht terug toen een oplossing uitbleef.
15
De classis adviseerde daarop een nieuwe kerkenraad te laten kiezen. In november stemde een kleine meerderheid van de kerkenraad daarmee in. Een minderheid, onder wie acht diakenen, verzette zich. Zij zitten vandaag als eisers in de rechtszaal.
16
De diakenen maakten eerst bezwaar binnen de kerkelijke rechtsgang, bij de classis en de synode, maar kregen nul op het rekest. Een beroep bij de Generale Synode kan pas in 2028 worden behandeld. Daarom vinden ze dat de burgerlijke rechter bevoegd is.
17
De eisers vinden dat een kleine meerderheid niet over de hele gemeente kan beslissen. Zij willen dat het advies van de classis en de verkiezing van een nieuwe kerkenraad worden opgeschort.
18
Ook eisen zij dat ze hun werk als diaken mogen hervatten en dat er een rectificatie komt, op straffe van een dwangsom.
19
In februari 2025 ontstond volgens de eisers een onordelijke situatie. Twee ouderlingen legden hun ambt neer, een derde werd niet herkiesbaar gesteld. De kerkenraad vroeg advies aan de classis, maar kreeg aanvankelijk geen reactie.
20
Daarna zou de classis een eigen koers zijn gaan varen, zonder hoor en wederhoor. Volgens de eisers zijn fouten in die procedure niet hersteld. Visitatoren brachten vervolgens een klemmend advies uit: de kerkenraad moest aftreden.
21
Onder grote tijdsdruk stemden 11 kerkenraadsleden vóór dat advies en 9 tegen. De classis ging er vervolgens van uit dat de kerkenraad zou aftreden.
22
Maar volgens de eisers blijkt nergens uit de notulen van 15 november dat rechtsgeldig tot aftreden is besloten. Toch is op 21 november ten onrechte gedaan alsof er een wettig besluit lag. De tegenstemmende diakenen werden buitengesloten.
23
Tegen die gang van zaken zijn twee appellen ingesteld. Volgens de diakenen hebben die beroepen opschortende werking. Zij zouden daarom hun ambt nog altijd bekleden en moeten kunnen terugkeren in de kerkenraad.
24
Intussen worden aanstaande zondag drie nieuwe ouderlingen en twee nieuwe diakenen bevestigd. Die bekleedden dat ambt ook al vóór 15 november. Volgens de eisers maakt dat de kerkelijke situatie nog ingewikkelder.
25
Volgens de eisers draait deze zaak niet om geloofsleer of kerkelijke tucht, maar om lidmaatschap en rechtsgeldige besluitvorming. In de pers stond dat de hele kerkenraad was afgetreden. Dat klopt volgens hen niet.
26
Overleg bood volgens de eisers geen oplossing. Op de tegenstemmende ambtsdragers zou zware morele druk zijn uitgeoefend om alsnog mee te gaan in het advies van de classis.
27
Volgens de diakenen was de stemming van 15 november geen besluit, maar slechts een oordeel over een advies. Dat een meerderheid vóór stemde, gaf dat advies volgens hen geen andere juridische status.
28
Een ambtsdrager wordt volgens hen individueel door God en de gemeente geroepen. Hij wordt door de gemeente gekozen en door Christus geroepen. Pas na persoonlijke instemming en bevestiging krijgt het ambt zijn geestelijke karakter.
29
Daarom kan een kerkenraad volgens de diakenen niet collectief besluiten dat ambtsdragers aftreden. Zo’n gezamenlijke stemming komt volgens hen ook niet voor in de Dordtse Kerkorde en is daarmee in strijd.
30
De stemming van 15 november is volgens hen daarom niet rechtsgeldig. Zij verwijten de betrokken kerkelijke organen dat de Dordtse Kerkorde bewust terzijde is geschoven.
31
De diakenen bestrijden dat sprake is van een onwerkbare situatie. Ook ontkennen zij dat zij de oorzaak zijn van het conflict. Zij zeggen bereid te zijn samen te werken met de tijdelijke kerkenraad.
32
Die samenwerking kan volgens hen duren totdat de generale synode een beslissing heeft genomen. Daarmee willen zij voorkomen dat de kerkelijke verhoudingen verder verharden.
33
De Dordtse Kerkorde is volgens de diakenen juist een schild tegen de waan van de dag. Zij moet voorkomen dat ambtsdragers in een vlaag van emotie uit hun ambt worden gezet. Kerkelijke rust kan niet op willekeur worden gebouwd, zegt hun advocaat.
34
Volgens de diakenen bood de kerkelijke rechtsgang geen doeltreffende bescherming. Een rechtsoordeel moet volgens rechtsgeleerde Scholten steunen op gezag en controleerbaar en aanvaardbaar zijn. Daarvan was hier volgens hen geen sprake.
35
De particuliere synode weigerde volgens hen met hun advocaten te communiceren. De raadslieden mochten ook niet bij de behandeling aanwezig zijn, zelfs niet toen zij zich in hetzelfde gebouw bevonden, maar in een andere zaal.
36
Daarmee is volgens de diakenen het beginsel van hoor en wederhoor geschonden. Een diaken mocht zijn verhaal niet doen, terwijl de andere partij wel gelegenheid kreeg om op de beschuldigingen te reageren.
37
Op 4 juli 2025 werd bovendien geciteerd uit een brief die de diakenen niet kenden. Zij konden zich daar dus niet tegen verweren. Volgens hen ontbrak daarmee een eerlijk en controleerbaar proces.
38
Ook de onafhankelijkheid van de kerkelijke organen schoot volgens hen tekort. Dezelfde personen traden op als adviseur, begeleider, bestuurder en beoordelaar. „Alles loopt door elkaar heen.”
39
Zo was ds. Visser volgens hen betrokken als adviseur, bij de procedure volgens artikel 39 DKO, als voorzitter van het moderamen van de classis en bij de inzet van deputaten volgens artikel 49 DKO
40
Ook anderen vervulden volgens de diakenen meerdere rollen. Het gaat volgens hen niet om één incident, maar om structurele verwevenheid.
41
Rechtsbijstand werd volgens de diakenen beperkt omdat men „te veel juridisering” wilde voorkomen. Daardoor was volgens hen geen sprake van onafhankelijke rechtspraak of een eerlijk proces.
42
De classis bestempelde het vermeende aftredingsbesluit volgens hen ten onrechte als rechtsgeldig, terwijl de Dordtse Kerkorde niet in zo’n collectief besluit voorziet. „Het doel heiligt kennelijk de middelen.”
43
Een gesprek met deputaten werd aanvankelijk positief ervaren. Toch ging de deur daarna definitief dicht. De diakenen hebben daarom appel ingesteld bij de generale synode.
44
De gedaagden verzetten zich tegen de gevraagde dwangsommen. De reactie van de diakenen: als zij zich aan het vonnis houden, hoeven zij ook niets te betalen.
45
De diakenen willen voorkomen dat vertrouwelijke informatie onder het ambtsgeheim openbaar wordt. Tegelijk zeggen zij recht te willen doen aan hun roeping. Verzoening sluiten zij niet uit: zij willen samen naar een oplossing zoeken.
46
De andere partij stelt dat de kerkenraad van de GG Tricht-Geldermalsen op 15 november wél rechtsgeldig heeft besloten collectief af te treden. De eisers hebben daartegen bovendien appel ingesteld bij de generale synode.
47
Volgens de gedaagden is de burgerlijke rechter niet bevoegd. De Gereformeerde Gemeenten vormen één kerkgenootschap met een eigen statuut. Over kerkelijke besluiten moet volgens hen eerst de generale synode oordelen.
48
Omdat er volgens hen maar één kerkgenootschap bestaat, zouden de eisers ook niet bevoegd zijn deze vorderingen in te stellen. De gedaagden verwijzen daarbij naar rechtspraak van de Hoge Raad.
49
Op 11 juli 2026 zou de roepende kerk hebben besloten dat er geen vervroegde generale synode komt. Mogelijk kan daarover in Kampen worden geprocedeerd. Het is volgens de gedaagden onduidelijk of de eisers dat hebben gedaan.
50
De problemen in de gemeente spelen volgens de gedaagden al sinds 2023. Nadat twee ouderlingen vertrokken en een derde wegviel, vroeg de kerkenraad zélf de classis om advies.
51
De classis stelde visitatoren aan. Zij kwalificeerden de situatie als „zeer ernstig”, aldus de gedaagden. Die ernst wordt volgens hen ook door de eisers niet betwist.
52
Tegen het advies van 20 juni 2025 stelden de eisers volgens de gedaagden geen appel in. Interim-voorzitter Silfhout concludeerde later dat binnen de kerkenraad geen onderling vertrouwen meer bestond.
53
Volgens de gedaagden werd het werk van Silfhout ernstig bemoeilijkt, vooral door veel mailverkeer vanuit de eisers. De situatie liep vast en Silfhout gaf zijn opdracht uiteindelijk terug.
54
Op 15 november is volgens de gedaagden eerst gestemd óf er over het klemmende advies gestemd zou worden. Een meerderheid wilde dat. Daarna stemde opnieuw een meerderheid vóór aftreden.
55
De wederpartij spreekt daarbij van 12 stemmen vóór en 8 tegen. De kerkenraad koos volgens haar zelf voor deze stemming. De tweede stemming was daarom geen peiling, maar een bindend besluit.
56
Volgens de gedaagden volgt uit de Dordtse Kerkorde dat een meerderheidsbesluit de hele kerkenraad bindt. Zij verwijzen naar artikel 84: geen ouderling of diaken mag over andere ambtsdragers heersen.
57
Het individuele karakter van het ambt betekent volgens hen niet dat collectief aftreden onmogelijk is. Ook bij bijvoorbeeld de opheffing van een gemeente moet de minderheid zich voegen naar een meerderheidsbesluit.
58
De gedaagden wijzen ook op artikel 31 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Daarin staat volgens hen dat niemand het ambt met onbehoorlijke middelen mag nastreven, maar moet wachten tot hij door God geroepen wordt.
59
De gedaagden noemen het kort geding en de gevraagde dwangsommen van maximaal 100.000 euro „zeer onchristelijk”. Zij vragen hoe de eisers daarna nog gezamenlijk in de gemeente kunnen functioneren.
60
Volgens de gereformeerde ambtsleer wordt het ambt van Christus ontvangen en niet gebruikt om eigen eer of gelijk na te streven, stellen de gedaagden. Appel mag volgens hen alleen het heil van de kerk dienen.
61
Intussen koos een grote meerderheid van de gemeente drie nieuwe ouderlingen en twee nieuwe diakenen.
62
Volgens de gedaagden hebben de eisers bijgedragen aan een structurele vertrouwensbreuk en een machtsstrijd. Als diakenen zouden zij zich te veel hebben bemoeid met ouderlingen, kandidaatstellingen en leesdiensten.
63
Ook zouden de eisers zich hebben bemoeid met de vraag welke ouderling in een leesdienst moest voorgaan. Daarmee zouden zij volgens de gedaagden de grenzen van hun eigen diakenambt hebben overschreden.
64
Terugkeer van de eisers zou volgens de gedaagden de oude problemen herstellen, terwijl de gemeente juist rust nodig heeft. Zij zouden vooral voor hun eigen positie strijden en te weinig oog hebben voor de gemeente.
65
Een ambtsdrager moet volgens de gedaagden de gemeente dienen en broederlijk met andere ambtsdragers omgaan. Aan die houding zou het bij de eisers hebben ontbroken.
66
De gedaagden reageren op het pleidooi van de eisers. Volgens hen worden „vrij grote woorden” gebruikt en wordt tegelijk over belangrijke feiten en bepalingen uit de kerkorde heen gestapt.
67
Van een gebrek aan hoor en wederhoor is volgens hen geen sprake. De visitatoren zijn in de gemeente geweest, hebben betrokkenen gehoord en daarover gerapporteerd.
68
Ook de vergadering van 15 november verliep volgens de gedaagden niet chaotisch. Er is eerst uitvoerig beraadslaagd over de vraag óf er gestemd zou worden. Daarna volgde de stemming over het advies.
69
Het mandaat en het advies zijn volgens hen op twee vergaderingen besproken: op 8 en 15 november. Daardoor kan volgens de gedaagden niet worden gezegd dat het besluit overhaast of zonder voorbereiding is genomen.
70
De classis heeft volgens hen op grond van artikel 31 van de kerkorde gehandeld. Omdat daar destijds geen appel tegen is ingesteld, staat volgens de gedaagden de rechtmatigheid van dat optreden vast.
71
De eisers zeggen bereid te zijn tot samenwerking. Maar volgens de gedaagden moet niet worden vergeten dat de samenwerking met juist deze broeders eerder volledig is vastgelopen.
72
De rechter plaatst een kanttekening over de ouderlingen en diakenen die nu zijn herkozen: „Als de classis adviseert dat de hele kerkenraad aftreedt en vervolgens dezelfde mensen opnieuw worden gekozen, geeft mij dat iets vreemds. Ik geef u slechts mijn mening.”
73
De gedaagden willen ds. Silfhout nog laten vertellen hoe de samenwerking verliep. Volgens hen kan het niet zo zijn dat de burgerlijke rechter uiteindelijk over deze kerkelijke kwestie beslist.
74
ok het verwijt dat advocaten niet bij de kerkelijke behandeling mochten zijn, overtuigt hen niet. De eisers waren zelf aanwezig en konden volgens de gedaagden hun standpunt naar voren brengen.
75
Dat kerkelijke functionarissen meerdere rollen hebben, is volgens de gedaagden inherent aan het gereformeerde kerkrecht. Wie persoonlijk betrokken was, heeft zich volgens hen onthouden van beraadslaging en stemming.
76
Betrokkenen hebben volgens de gedaagden hooguit hun standpunt toegelicht. Van ongeoorloofde beïnvloeding, belangenverstrengeling of partijdige besluitvorming is volgens hen geen sprake.
77
De rechter tegen de advocaat van de gedaagden: „U stapt wel erg gemakkelijk heen over het feit dat de advocaten niet zijn toegelaten. Het recht om een gemachtigde mee te nemen, raakt aan fundamentele rechtsbescherming.”
78
Dat de kerkelijke organen vonden dat de diakenen geen advocaat nodig hadden, vindt de rechter problematisch. „Ze konden inhoudelijk zeggen wat ze wilden, zegt u. Maar dan kan ik deze advocaten hier ook wel wegsturen.”
79
De advocaat antwoordt dat de diakenen binnen de kerkelijke procedure serieus zijn genomen. De rechter blijft kritisch: de generale synode doet pas later uitspraak, terwijl de vraag is of nu al rechtsbescherming nodig is.
80
„Ik kijk naar de hele casus”, zegt de rechter. „U verwijt de andere partij eigenbelang. Maar als u hun advocaten niet toelaat, wat doet u dan zelf?” Volgens haar lijkt het conflict inmiddels „allemaal over macht” te gaan.
81
De rechter vraagt waar de grens ligt van artikel 84 DKO. Kan een kerkenraad bij meerderheid besluiten dat álle ambtsdragers aftreden? Of wordt die uitleg begrensd door fundamentele rechtsbeginselen?
82
De generale synode kan zich volgens de rechter over die uitleg uitspreken. Maar eerst moet duidelijk zijn of op 15 november daadwerkelijk een besluit is genomen.
83
Volgens de eisers is alleen gestemd over de vraag of het advies van de classis werd gesteund. Dat is volgens hen iets anders dan besluiten: wij nemen ontslag en zullen daadwerkelijk aftreden.
84
De rechter: „Ik kan de gedachtesprong niet maken dat hier een besluit ligt waartegen vervolgens appel moet worden ingesteld. Ik kan niet zien dat dit een besluit is.”
85
Ze vraagt de advocaat van de gedaagden hoe de classis de stemming dan als besluit kon aanmerken. Die antwoordt dat visitatoren onderzoek deden en de classis dringend adviseerde tot aftreden. De kerkenraad zou dat besluit daarna hebben genomen.
86
Daarna vraagt de rechter hoe normaal gesproken nieuwe ambtsdragers worden gekandideerd. De advocaat legt uit dat de zittende kerkenraad een groslijst opstelt, bijvoorbeeld op basis van ervaringen tijdens huisbezoeken.
87
„Dus de kerkenraadsleden die er zitten, kandideren de nieuwe mensen?”, vraagt de rechter. Nu vervullen deputaten de rol van kerkenraad. Zij komen niet uit de gemeente zelf.
88
Een commissie van bijstand, met daarin enkele voormalige ambtsdragers (!), heeft over de kandidaten advies uitgebracht. De deputaten hebben vervolgens de kandidaatstelling verder verzorgd.
89
De rechter blijft kritisch over de terugkeer van voormalige kerkenraadsleden. „Als mensen die er eerder zaten dat adviseren, begrijp ik ook hoe oude namen weer terugkomen.”
90
Als buitenstaander leest ze het advies tot collectief aftreden als: iedereen stapt op en de gemeente begint opnieuw. „Dan is het ingewikkeld als via de tijdelijke kerkenraad toch weer oude kerkenraadsleden worden binnengefietst.”
91
Daarmee wordt het eerdere besluit mogelijk ondermijnd, zegt de rechter. „Als het al een besluit was, schuif je het vervolgens weer terzijde.” Ze weet nog niet of dit voor haar oordeel in het kort geding doorslaggevend is.
92
De gedaagden antwoorden dat voor het bestuur van een gemeente met 1700 leden ook ervaring nodig is. Volgens hen is goed gekeken wie tijdens het conflict constructief handelde en over wie juist grote twijfels bestonden.
93
Ds. Gorter wil nog iets zeggen over de vergadering van 15 november. De rechter staat dat niet toe: „Dan moet ik iedereen die erbij was het woord geven. Dan wordt dit een individueel getuigenverhoor, en dat ga ik niet doen.”
94
De rechter vraagt of binnen de generale synode een voorlopige voorziening kan worden gevraagd. Volgens de eisers bestaat die mogelijkheid.
95
De rechter wijst erop dat zondag een deel van de oude kerkenraad opnieuw wordt bevestigd. „Als de diakenen onderdeel waren van het conflict, waarom is dan niet de afzettingsprocedure uit de DKO gevolgd? Die mogelijkheid bestaat ook.”
96
De rechter: „Ik neig er meer naar dat op 15 november géén besluit tot aftreden is genomen dan wel.” Ze vraagt of het niet zuiverder was geweest om voor betrokken ambtsdragers de kerkordelijke afzettingsroute te volgen.
97
De advocaat van de gedaagden weet niet of dat „de meest sjieke route” was. Volgens hem was het doel juist om de verhoudingen binnen de kerkenraad te herstellen en tot verbetering te komen.
98
Gorter leest artikel 80 DKO voor. Daarin staan ernstige zonden die tot schorsing of afzetting kunnen leiden, zoals openbare scheurmakerij, meineed en echtbreuk. Hij vraagt zich af of het weigeren van mediation daar dan onder valt, maar de rechter kapt hem af:We draaien in rondjes
99
Daarna stelt de rechter een „gewetensvraag” aan de diakenen: gaat het vooral om het principe dat zij oneerlijk zijn behandeld, of gaat het om de stoel in de kerkenraad?
100
Diaken De Feijter zegt dat het voor ieder anders is, maar bij hem vooral de gemeente aan het hart gaat. Door het conflict is polarisatie ontstaan. Hij verlangt naar verzoening, heling en naastenliefde. „We staan tegenover elkaar, maar we blijven broeders.”
101
Volgens De Feijter moeten de ambtsdragers weer eenheid uitstralen, zodat ook de gemeente kan herstellen. Er dreigt nu namelijk een scheuring. De diakenen willen daaraan volgens hem opnieuw een productieve bijdrage leveren.
102
Diaken Dammers wijst op het mandaat dat diakenen van de gemeente kregen om te dienen. Wie hen uit het ambt wil zetten, moet volgens hem de regels van de Dordtse Kerkorde volgen.
103
„We waren een eenheid, al waren er verschillen”, zegt Dammers. De kerkenraad vroeg de classis op één groot punt om hulp. Volgens hem is die hulpvraag daarna veel breder getrokken.
104
Over de toekomst van de gemeente is volgens Dammers nauwelijks beraadslaagd. Problemen kunnen niet onder het tapijt worden geschoven, waarschuwt hij. Daarmee dreigt juist een scheuring binnen de gemeente.
105
De rechter vraagt zich af in hoeverre dit kort geding werkelijk helpt om de verhoudingen binnen de gemeente te herstellen.
106
Diaken De Feijter zegt dat de broeders juist een Bijbelse gezindheid moeten uitstralen en samen naar een oplossing moeten zoeken. Hij pleit voor een onafhankelijke onderzoekscommissie.
107
De rechter wijst erop dat de gemeente inmiddels nieuwe ambtsdragers heeft gekozen. De diakenen zeggen dat zij zelf ook hebben meegestemd en daarom geen bezwaar hebben tegen samenwerking met hen.
108
Tegen de bevestiging van nieuwe kerkenraadsleden konden bezwaren worden ingediend, maar die kwamen er volgens de eisers niet. Diaken Dammers: „Wij hebben geen bezwaar. De gemeente stelt zich vooral afwachtend op.”
109
Op de vraag van de rechter of de partijen nog met elkaar willen praten, antwoorden de diakenen bevestigend.
110
Ook ds. Harinck zegt bereid te zijn tot gesprek. „Dat is onze plicht als broeders.” Hij benadrukt wel dat zo’n gesprek binnen de grenzen van het kerkelijke kader moet plaatsvinden.
111
De rechter constateert daarop dat de bereidheid tot overleg kennelijk aan allerlei voorwaarden is gebonden. Ze lijkt er daarmee niet van overtuigd dat een gesprek zonder meer tot een oplossing zal leiden.
112
We staan nu even op de gang tot 11.55 zodat de partijen hun laatste woord met elkaar af kunnen stemmen.
113
We zijn weer binnen. Op de gang een paar mensen uit de gemeente gesproken. Zij zeggen dat de problemen al heel lang speelden. 'Een paar rotte appels'. Zij denken dat het om een paar ouderlingen gaat.
114
Maar ook zij weten niet precies waar het om gaat. 'Zachte heelmeester maken stinkende wonden', zegt de man. Die ouderlingen die nu in de ondersteuningscommissie zitten, hebben schuldbelijdenis gedaan voor de kerkenraad,
115
maar in de gemeente is niet bekend van welke zonde of welke overtreding tegen welk gebod. Maar ze zitten nu wel in de ondersteuningscommissie. De vrouw: 'Waarom hebben ze dan schuldbelijdenis gedaan?'
116
Er kwam een man bij het gesprek staan, die uit die gemeente komt, en zich duidelijk enorm ergert aan ons gesprek. Wil weten wie ik ben, maar wil zichzelf niet voorstellen. 'Ik weet dat je journalist bent'. Onaangenaam moment.
117
In hun laatste woord wijzen de gedaagden erop dat vijf voormalige ambtsdragers opnieuw worden bevestigd. Enkele eisers waren volgens hen door het verstrijken van hun vierjarige ambtstermijn al regulier afgetreden.
118
De rechter wil hierover een vraag stellen aan de eisers, maar Gorter reageert eerst. De rechter, zichtbaar geïrriteerd: „Ik wil iets aan de andere partij vragen!”
119
De rechter vraagt van wie de ambtstermijn inmiddels was verstreken. Volgens de aanwezigen gaat het om Zwaan, Dammers en Pellegrom.
120
De eisers zeggen dat de kern voor hen blijft: hun ambt is hun op onkerkordelijke wijze ontnomen en hun fundamentele rechtsbescherming is geschonden.
121
De rechter vraagt door: „Waarin zit dat onkerkordelijke precies?” Daarmee brengt ze de discussie terug naar de vraag welk concreet kerkordelijk voorschrift is geschonden.
122
De gedaagden houden vol dat dit geschil binnen de kerkelijke rechtsgang moet worden opgelost en niet door de burgerlijke rechter. Volgens hen moet niet macht, maar het belang van de gemeente centraal staan.
123
Zij noemen het geen richtingenstrijd, maar een machtsstrijd. De diakenen zouden zich intensief hebben bemoeid met taken die bij het regeerambt van ouderlingen horen. Hun terugkeer zou volgens hen oude problemen herstellen.
124
Vijf van de acht eisers zouden volgens de eisers als diaken kunnen terugkeren. De gedaagden: dan vormen zij direct min of meer een meerderheid tov de vijf nieuwe ambtsdragers
125
De gedaagden vrezen dat dit tot een scheuring leidt. In de gemeente is volgens hen juist blijdschap en dankbaarheid over de verkiezing van nieuwe broeders. Het belang van de gemeente moet daarom doorslaggevend zijn.
126
De gedaagden erkennen dat de wens van de rechter om met volledig nieuwe mensen te beginnen begrijpelijk is. Maar bij kandidaatstelling tellen volgens hen ook ambtsvisie, geestelijke diepgang en ervaring.
127
Er waren volgens hen geen 44 geschikte kandidaten voor 22 functies. Daarom is eerst een kleine rompkerkenraad gevormd, die later verder kan worden uitgebreid.
128
De deputaten hielden bij de selectie rekening met de problemen die ds. Silfhout eerder had ervaren. Terugkeer van alle eisers zou die situatie volgens de gedaagden volledig laten herleven.
129
De rechter onderbreekt: „Ja, dat heeft u al heel veel gezegd.” Daarna richt ze zich opnieuw op artikel 84 DKO en de vraag hoe ver een meerderheidsbesluit mag gaan.
130
Als een meerderheid kan besluiten dat de héle kerkenraad aftreedt, ontstaat volgens de rechter mogelijk een machtsmiddel. Zeker als leden van die meerderheid kort daarna via een omweg weer terugkeren.
131
De rechter noemt het opvallend dat vijf oude ambtsdragers opnieuw worden bevestigd. „Fundamenteel vind ik hier echt wat van. Dit klopt gewoon niet.”
132
Volgens de rechter kan van zo’n uitleg van artikel 84 DKO misbruik worden gemaakt: een meerderheid laat iedereen aftreden, terwijl achter de schermen mogelijk al is afgestemd wie later terugkeert.
133
De rechter benadrukt dat ze dit als vraag voorlegt, maar zegt dat de gang van zaken „niet heel goed voelt”. Een meerderheidsbesluit mag volgens haar niet zomaar de ambtspositie van anderen beëindigen.
134
Volgens de gedaagden was geen sprake van vooraf bedisselen. De classis bestond uit afgevaardigden van achttien andere kerkenraden. Wie een tegenstrijdig belang had, nam niet deel aan de stemming.
135
De gedaagden stellen dat de classis slechts het kerkordelijke kader aangaf en dat meerdere kerkenraden meekeken of de gekozen route mogelijk was. Van heimelijke beïnvloeding was volgens hen geen sprake.
136
De zaak is klaar. Over drie weken uitspraak (7 augustus), mogelijk eerder.
De diakenen lopen op de predikanten af en iedereen schudt elkaar de hand.
De diakenen lopen op de predikanten af en iedereen schudt elkaar de hand.
137
Wij werken in de perskamer met open raam. Onder het raam bakken visboeren kibbeling. Terwijl de journalisten van het RD en ND daar weerstand aan bieden, ga ik voor de bijl. 'Eten is belangrijker dan werk'.
